Er komt een moment waarop je denkt:

wat is dit nou weer?

Je slaapt lichter. Of slechter. Of gewoon helemaal niet.

Je wordt wakker alsof iemand stiekem de verwarming op tropisch heeft gezet, terwijl je partner naast je ligt te slapen onder een dekbed alsof hij in Lapland bivakkeert.

Je huid voelt droger.

Je hoofd voelt voller.

Je lontje is korter.

Je loopt naar de keuken en weet daar aangekomen niet meer of je koffie wilde pakken, je telefoon zocht of gewoon even weg wilde uit de herrie.

En dan komt meestal de standaardverklaring.

Druk.

Stress.

Leeftijd.

Te veel hooi op je vork.

Te weinig geslapen.

Ja.

Kan allemaal.

Maar soms is er ook iets anders aan de hand.

Soms is je lijf niet lastig.

Soms ben je niet ineens een chagrijnig mens geworden.

Soms zit je midden in de overgangsfase, terwijl niemand je dat ooit normaal heeft uitgelegd.

En dát is precies het probleem.

Want we hebben vrouwen jarenlang laten denken dat de overgang pas begint als je menstruatie stopt.

Alsof je op een dag wakker wordt, geen maandverband meer nodig hebt en hup: welkom in de menopauze.

Maar zo werkt het dus vaak niet.

De menopauze zelf is medisch gezien vrij simpel omschreven: je hebt twaalf maanden geen menstruatie gehad.

Dan weet je achteraf: dit was mijn laatste menstruatie.

Maar de fase daarvoor?

Die kan rommelig zijn.

Onhandig.

Verwarrend.

En soms behoorlijk ontregelend.

Je kunt nog gewoon menstrueren en tóch al klachten hebben.

Je cyclus kan veranderen.

Je kunt ineens zwaarder bloeden.

Je kunt opvliegers krijgen.

Je kunt wakker worden van nachtzweten.

Je stemming kan ineens alle kanten opgaan.

Je kunt pijn krijgen bij seks, minder zin hebben, droger worden, sneller overprikkeld zijn of het gevoel hebben dat je hersenen tijdelijk op standje mistbank staan.

En dan zit jij daar.

Met je klachten.

Met je agenda.

Met je werk.

Met je gezin.

Met een puber die ook niet bepaald in zen-modus door het huis beweegt.

En ondertussen denk je:

waarom heeft niemand me dit gewoon verteld?

Niet met paniek.

Niet met dramatische muziek eronder.

Gewoon normaal.

Dit kan gebeuren.

Dit hoort bij deze levensfase.

En nee, je hoeft er niet zwijgend doorheen omdat “het erbij hoort”.

Dat zinnetje mag echt met pensioen.

Want natuurlijk hoort de overgang bij het leven.

Net als puberteit.

Net als zwangerschap.

Net als ouder worden.

Maar dat betekent niet dat je klachten moet wegwuiven.

Een opvlieger is niet grappig als je er vijf keer per nacht wakker van wordt.

Slecht slapen is niet “een beetje moe” als je maandenlang overdag functioneert op karakter en koffie.

Stemmingsklachten zijn niet onbelangrijk als je jezelf hoort reageren en denkt:

wie zei dat?

En brain fog is niet gezellig verstrooid zijn.

Het kan behoorlijk beangstigend zijn als je woorden kwijt bent, afspraken vergeet of midden in een zin niet meer weet waar je heen ging.

Veel vrouwen schrikken daarvan.

Logisch.

Zeker als er in je familie dementie voorkomt.

Of als je altijd scherp was en ineens voelt alsof je hoofd vertraagd reageert.

Maar hormonale veranderingen kunnen invloed hebben op je slaap, stemming, concentratie, temperatuurregeling en energie.

Niet omdat je zwak bent.

Niet omdat je jezelf aanstelt.

Maar omdat je lichaam verandert.

En dan komt het volgende probleem.

Je gaat naar de huisarts.

Of je bespreekt het voorzichtig.

En soms krijg je hulp.

Gelukkig.

Maar soms krijg je ook een halve schouderophaal.

“Hoort erbij.”

“Even aankijken.”

“U bent nog niet in de menopauze, want u menstrueert nog.”

En daar gaat het mis.

Want klachten kunnen al beginnen vóór je laatste menstruatie.

Juist in die tussenfase is het vaak lastig te meten.

Hormonen schommelen.

De ene dag zus.

De andere dag zo.

Een bloedtest zegt dan niet altijd wat jij voelt.

Daarom is jouw verhaal belangrijk.

Niet alleen een waarde op papier.

Niet alleen je cyclus.

Maar wat er gebeurt met jouw slaap.

Je werk.

Je relatie.

Je stemming.

Je lijf.

Je seksleven.

Je dagelijks functioneren.

Dáár begint goede zorg.

Niet bij:

“Ach mevrouw, dat hoort erbij.”

Nee.

Bij:

“Vertel eens. Hoeveel last heb je ervan?”

Want dat is uiteindelijk de vraag.

Niet: is het officieel erg genoeg?

Maar: beïnvloedt dit je leven?

Als je slaap kapotgaat.

Als je werk eronder lijdt.

Als je thuis alleen nog maar probeert niet uit je slof te schieten.

Als seks pijnlijk wordt.

Als je jezelf kwijt bent geraakt onder een laag vermoeidheid.

Dan is het tijd om hulp te zoeken.

Niet pas als je volledig bent ingestort.

Niet pas als je al drie jaar op je tandvlees loopt.

Gewoon eerder.

Heel revolutionair, blijkbaar.

En dan komen we bij hormoontherapie.

Ja.

Dat onderwerp ligt gevoelig.

Veel vrouwen zijn er bang voor.

Niet raar.

Jarenlang hing er een donkere wolk boven hormoontherapie.

Er kwamen onderzoeken, krantenkoppen, waarschuwingen, gesprekken aan keukentafels en in spreekkamers.

En de boodschap die bleef hangen was vaak:

hormonen zijn gevaarlijk.

Maar zoals zo vaak is de werkelijkheid genuanceerder.

Hormoontherapie is geen magische oplossing voor alles.

Het is ook geen algemene preventiebehandeling tegen hartziekten of dementie.

Dat moet je niet zo verkopen.

Punt.

Maar voor klachten zoals opvliegers en nachtzweten kan hormoontherapie wél effectief zijn.

Ook bij vaginale droogheid en pijn bij seks bestaan er behandelingen, waaronder lokale oestrogenen, die voor sommige vrouwen veel verschil kunnen maken.

De vraag is dus niet:

hormonen, ja of nee?

Alsof het een geloofsovertuiging is.

De vraag is:

wat past bij jouw klachten, jouw voorgeschiedenis, jouw leeftijd, jouw risico’s en jouw situatie?

Heb je je baarmoeder nog, dan is de behandeling anders dan wanneer je die niet meer hebt.

Heb je een medische voorgeschiedenis, dan moet die meegewogen worden.

Gebruik je hormonale anticonceptie of heb je een spiraal, dan kan het herkennen van de fase waarin je zit lastiger zijn.

Kortom: maatwerk.

Wat we vooral niet meer nodig hebben, zijn oude angstverhalen aan de ene kant en jubelverhalen aan de andere kant.

Geen paniek.

Geen hosanna.

Gewoon goede informatie.

En een arts die met je meekijkt.

Dat geldt ook voor stemming en mentale klachten.

Sommige vrouwen krijgen ineens angstklachten of somberheid, terwijl ze dat vroeger nooit zo kenden.

Anderen worden sneller boos, voelen zich vlak of raken overprikkeld van dingen waar ze eerder prima tegen konden.

Dan is het te makkelijk om alleen te zeggen:

neem rust.

Ja, rust kan helpen.

Maar als je hormonen, slaaptekort, stress, werkdruk en lichamelijke veranderingen allemaal tegelijk op je bord krijgt, dan is “even ontspannen” niet bepaald een behandelplan.

Dan mag er serieuzer gekeken worden.

Ook thuis.

Want de overgang gebeurt niet in een vacuüm.

Je neemt het mee naar je relatie.

Naar je werk.

Naar de supermarkt.

Naar dat ene overleg waar iemand te lang praat over iets wat in twee zinnen had gekund.

En ja, partners mogen ook iets leren.

Niet omdat zij alles hoeven op te lossen.

Maar omdat begrip al veel scheelt.

Een vrouw die slecht slaapt, opvliegers heeft, haar woorden kwijt is en zich niet zichzelf voelt, heeft niet altijd een peptalk nodig.

Soms heeft ze iemand nodig die zegt:

ik zie dat dit zwaar is.

Wat helpt vandaag?

Ook werkgevers mogen hierin volwassener worden.

Niet door van de overgang een drama te maken.

Niet door vrouwen als kwetsbaar project te behandelen.

Maar door te snappen dat vrouwenlichamen fases hebben.

Een vrouw die het heet heeft, is niet onprofessioneel.

Een vrouw die tijdelijk minder scherp is door slapeloze nachten, is niet ineens onbekwaam.

Een vrouw die hulp zoekt, is niet zwak.

Ze is verstandig.

En misschien is dat wel de kern.

We moeten stoppen met doen alsof lijden bewijs is van kracht.

Je krijgt geen bonuspunten omdat je tien jaar hebt doorgebikkeld zonder hulp.

Niemand staat aan het einde van de overgang met een medaille omdat jij zo netjes je mond hebt gehouden.

En eerlijk?

Dat hele “gewoon doorzetten” heeft vrouwen al genoeg gekost.

Natuurlijk zijn we sterk.

Dat weten we inmiddels wel.

We draaien gezinnen, werk, mantelzorg, pubers, relaties, herstel, boodschappen, administratie en ondertussen zoeken we ook nog uit waarom onze spijkerbroek ineens ruzie met ons heeft.

Maar kracht betekent niet dat je alles alleen moet dragen.

Kracht is ook zeggen:

dit klopt niet voor mij.

Kracht is informatie zoeken.

Kracht is naar je huisarts gaan met duidelijke klachten.

Kracht is doorvragen als je wordt afgescheept.

Kracht is tegen je partner zeggen:

ik heb je nodig, maar niet als probleemoplosser met een spreadsheet.

Gewoon even luisteren.

De overgang is geen eindstation.

Het is ook geen bewijs dat je oud bent.

Het is een verbouwing.

En zoals bij elke verbouwing is het soms lawaaiig, stoffig en onhandig.

Je weet niet altijd waar je spullen liggen.

Er wordt ergens geboord terwijl jij dacht dat dat deel al klaar was.

En net als je denkt dat het rustig wordt, begint er weer iets anders te lekken.

Gezellig is anders.

Maar het betekent niet dat het huis instort.

Het betekent dat er iets verandert.

En met goede informatie, passende zorg en minder schaamte hoef je daar niet half blind doorheen te lopen.

Dus nee.

Je bent niet gek.

Je bent niet zwak.

Je bent niet ineens moeilijk.

Je lijf is aan het schakelen.

En jij mag serieus genomen worden terwijl dat gebeurt.

Niet later.

Nu.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *